Om half 5 ging de wekker…het beloofde een lange dag te worden met eigenlijk maar 1 ding op de planning: de grensovergang naar Mauritanië. Normaal duurt die ongeveer 3-4 uur, maar omdat we met zoveel tegelijk komen zal het zo’n 6-8uur duren. Bovendien is de grens gesloten van 12-2 voor lunch en gebeden. Anyway…first things first dus op naar de morning orientation. Omdat er al vele auto’s onderweg zijn besluiten we alles gewoon in de auto te gooien en te gaan rijden in de hoop dat we nog een andere auto kunnen volgen. In het donker zie je niet waar het gebaande pad loopt en kies je er al snel voor om maar gewoon door te steken naar je eindpunt; zonder te zien wat er tussen jou en dat eindpunt ligt. Dom idee dus….binnen een minuut zitten we helemaal vast, achterwielen tot aan de assen in de modder. Het is nog maar een paar honderd meter dus dan maar de auto uit en rennen. We zien na de oriëntatie wel hoe we er weer uit komen. (Deze modder is meer een soort dikke klei waar je wel op kan lopen, maar je 2,5 ton wegende auto in wegzakt.) Een tiental meter verderop staat nog een verlaten gevalletje diep ingegraven.
Na de oriëntatie vinden we de twee Engelse-Spanjaarden Ross en Raoul. Ze hebben ons natuurlijk niet meer gezien sinds ze ons achter lieten bij de Lost City en we worden begroet met een hartelijk “and so the heroes return!”, ze zijn blij ons te zien en te weten dat we weer aangesloten zijn. Maar wanneer ze horen dat we vastzitten in de modder een paar honderd meter verderop laten ze snel weten dat ze ons niet van dienst kunnen zijn; ze hebben zelf de dag ervoor 5 uur vastgezeten en er waren twee auto’s met lier nodig om ze er weer uit te krijgen. Dat belooft wat…laten we hopen op wat behulpzame rallyers.
We lopen terug naar de auto die in het donker nog ontzettend moeilijk te vinden blijkt te zijn op de grote vlakte. We moeten nog opschieten ook, want als we niet snel hulp vinden zijn alle auto’s al weg. Na een tijdje wild rondrennen vinden we ons beessie terug, gelukkig heeft de andere auto die vaststond al hulp gevonden en beter nog; onze auto staat zo dat die eruit moet voordat zij eruit kunnen, dus dat komt goed uit. Naar onze trekhaak toe worden twee lieren getrokken van twee auto’s (waaronder die van “Big Hans”, een Noor die inmiddels een begrip is; zijn auto komt nooit vast te zitten, is ontzettend sterk, heeft een lier en hij en zijn team staan altijd klaar om te helpen). De eerste poging draait op niets uit, zandladders erbij gepakt en na een heleboel duwen en trekken zijn we eruit en staan we weer op “veilig land”, we laten sporen na die zo diep zijn dat Lies er tot aan haar middel in kan staan. Toen hulp gezocht voor de andere auto: we moeten een paar niet-kinetische kabels (zonder rek dus) vinden, om aan elkaar te maken om de lier te verlengen; de hulpauto’s kunnen namelijk niet dichterbij komen, zonder zelf ook vast te raken.
Als we klaar zijn om deze modderpoel te verlaten komen we Adam (1 van de 4 Engelse jongens) tegen; zij zijn gister op goed geluk richting het kamp gereden, niet helemaal aangekomen, maar ze stonden in ieder geval niet vast. We spreken af om ze boven aan de berg, bij het begin van de verharde weg, te zien, dan kunnen we misschien een stuk samen richting grens rijden. Bovenaan de berg pakken we de auto opnieuw in nadat we alles er een beetje roekeloos in hadden gesmeten met ons haastige vertrek vanochtend en we pakken ons gebruikelijke ontbijt; ontbijtkoek met boter uit NL :). We hebben ook nog wat brood over en met honing, smeerkaas en leverworst hebben we ons eigen uitgebreide ontbijtbuffetje. Als de Delica dan nog niet boven is besluiten we maar gewoon te gaan.
We hebben voor het eerst in 4 dagen weer eens een racesheet kunnen oppikken bij de ochtendoriëntatie en beginnen dus met goede moed aan de eerste geo-challenge die we om 10 voor half 8 passeren: het “tropic of cancer sign” (de kreeftskeerkring); we zijn nu officieel in de tropen (hoewel het nog niet echt warm is). Voor de tweede opdracht moeten we een dorpje vinden dat we nergens op de kaart of in de GPS zien staan. We besluiten gewoon naar de grensovergang te rijden en als we het dorpje onderweg tegenkomen zien we wel. We hebben het idee dat de wind heel erg aan de auto trekt en dat we daardoor moeite hebben ons stuur recht te houden. (Wanneer we er later bij de grensovergang naar kijken lijkt echter ons rechtervoorwiel scheef te staan, niet iets om ons direct zorgen over te maken, maar er zal naar gekeken moeten worden.) Onderweg komen we een bordje “danger landmines” tegen. Het is een raar idee dat er hier aan weerszijden van de weg landmijnen liggen, want behalve de bordjes is daar natuurlijk geen enkele aanwijzing voor. Je denkt er bijna niet bij na dat je hier niet zomaar even de vlakte op kan lopen voor een “arrêt-de-pipi”.
Om half 12 sluiten we aan in de lange rij voor de grensovergang, vanaf nu is het vooral wachten. Op de tweebaansweg staan 4 rijen auto’s die daarna door de gendarmerie op de meest onlogische manier weer tot 1 rij gedwongen worden (ze sluiten steeds een willekeurige rij even af die dan moet invoegen in de rij ernaast, waarna ze die rij weer afsluiten). Het is inmiddels behoorlijk warm aan het worden en in de auto zitten we in ons t-shirtje een spelletje te spelen (Quest quiz) tot we eindelijk aan het daadwerkelijke proces mogen beginnen. Deze dag wordt in ons roadbook beschreven alsof het een soort computerspelletje is; je moet in totaal 8 levels uitspelen om in Mauritanië te komen.
Level 1
Je levert je paspoort in; de gegevens hieruit worden in de computer gezet. Hiervoor is één man beschikbaar die met één vinger typt (duurt lang dus).
Level 2
Ondertussen lever je ook je autopapieren in bij een kamertje ernaast; hier stempelen ze het invoerbewijs van je auto als bewijs dat je de auto ook weer mee naar buiten hebt genomen (duurt ook lang). Kennelijk kon je tijdens het in de rij staan voor de grens deze papierwinkel ook al laten regelen; dat hadden wij niet helemaal doorgehad en daardoor duurde het voor ons wat langer. Terwijl we op de papieren wachten komt er een Hongaar naar Lies toe die vertelt dat de auto wel erg ver naar achter helt; “ja dat klopt dat komt door de veren” is het standaard antwoord op deze opmerking. Maar hij kijkt even onder de auto en zegt dan; “nee hoor je schokdempers zitten niet meer goed vast”. Lies kijkt, hm dat klopt inderdaad, daar dan in het kamp vanavond maar even naar kijken.
Level 3
De douane; zij kijken nog een keer naar de papieren die je net hebt teruggekregen en voor een pakje sigaretten laten ze je zo in de volgende rij aansluiten.
Level 4
Er moet één iemand in de auto blijven zitten terwijl de ander met de paspoorten naar het volgende gebouwtje loopt. Daar moeten de namen in een groot boek geschreven worden. De organisatie van B2B heeft vorig jaar voorgesteld om gewoon een lijst met alle namen aan te leveren, zodat dit level wat sneller zou gaan. Dat kon wel zeiden ze, maar hoe kwamen die namen dan in het boek? Goed, dan dus maar gewoon op deze manier. Lies slaat wat marriage proposals af terwijl Rik de namen in het grote boek laat zetten. Nu mogen we niemandsland in!
Level 5
Niemandsland; officieel is dit een door de VN gedemilitariseerde zone. In het roadbook wordt er grote ophef gemaakt over dit stuk; je moet links rijden, je moet op de weg blijven want er liggen overal landmijnen, je kunt misschien maar beter een gids huren om je er doorheen te leiden, als je vast komt te zitten kost dat je geld, etc. Valt allemaal reuze mee; het is gewoon een heel naar stuk om te rijden, omdat er geen verharde weg ligt en het een gebied is met rotsen, zand en heuvels. Bovendien zorgen de tientallen uitgebrande autowrakken aan weerszijden van de “weg” voor een beetje spookachtige sfeer. Na een kilometertje zitten we vast in mul zand; niet heel diep, wel heel irritant. Gelukkig trekt een Hongaars team ons er met gemak uit, hoewel ze wel mopperen over dat we nou juist hier vast moeten komen te staan. Rik plast nog even in dit gebied (dit moest in de blog, want hij vindt dat een mooi verhaal). En na nog wat hobbelen en stuiteren rijden we dan het grensgebied van Mauritanië binnen.
Level 6
Laat je paspoorten zien aan twee soldaten, lach vriendelijk, geef ze een cadeautje en rij door.
Level 7
Lever je paspoorten in bij de volgende officiële instantie; een gebouwtje met eerst een halletje waar je eventueel nog je visum kan regelen en aan de linkerkant van dat halletje een kamertje met 3-4 mannen in de gebruikelijke gewaden. Je geeft je paspoorten en een fiche aan de eerste die zet een stempel in je paspoort die later getekend zal worden en legt het fiche op een grote hoop. De tweede legt de paspoorten dan in de “rij”; alle stapeltjes paspoorten worden achter elkaar gelegd, de rij loopt van de tafel af en gaat op de grond verder. De derde pakt van vooraan de rij een stapeltje paspoorten roept een naam die hij in één van de paspoorten vind en dat groepje moet dan naar voren komen. Hij schrijft vervolgens in een groot boek de gegevens van die personen (naam, geb. datum, beroep). De 4e persoon in het hok lijkt er alleen te zijn om toe te kijken, af en toe komt er ook nog een jongen in een zwarte winterjas (ze lijken het hier daadwerkelijk koud te hebben terwijl wij in t-shirts lopen) om wat thee te brengen.
Het is niet zo dat ze hier moeilijk gaan doen ofzo; het gaat alleen op een slakkentempootje van heb ik jou daar en daarom duurt het belachelijk lang. Lies levert de paspoorten in en aangezien er nog wel zo’n 20 stapeltjes voor ons liggen gaan we buiten de tijd doden met andere teams. We overleggen met het Delica team; zij hebben besloten vanaf vandaag voornamelijk de touringcategorie te gaan rijden, omdat hun auto toch langzaamaan steeds meer gebreken gaat vertonen. Ze zijn bang dat ze Bamako niet zullen halen als ze off-road blijven rijden. Wij overleggen en hoewel we het heel jammer vinden zijn we bang dat wij ook tot hetzelfde besluit zullen moeten komen, zeker aangezien we off-road stages niet in ons eentje kunnen doen (als we dan vast komen te zitten komen we nooit meer weg). We zijn benieuwd wat Ross en Raoul zullen gaan doen, als het goed is zien we hen vanavond in het kamp en horen we het dan wel. Het kamp van vanavond zou niet heel ver van de verharde weg moeten liggen, dus daar gaan we dan nog wel heen. Deze afweging zullen we iedere dag gaan maken; als het racing kamp makkelijk te bereiken is gaan we daarheen en anders naar het touring kamp.
Na een uurtje of 2 heeft The A-Team (jongens in de Delica) hun paspoorten terug. Zij gaan vast onderweg naar Nouadhibou; een grote stad enkele kilometers over de grens, omdat hier de verzekeringspapieren voor Mauritanië en Mali liggen. Klinkt onlogisch? Is het ook. Maanden geleden hebben alle teams de organisatie betaald voor deze verzekeringen, maar omdat ze nog niet klaar waren toen de rally startte zouden we ze later krijgen. Nu vertelde Andrew (hoofdorganisator) dat we ze in Nouadhibou (het kamp van touring) in een hotel op kunnen halen. Het zou handiger geweest zijn als ze de papieren van de race-teams gewoon in het kamp van Bou Lanoar zouden hebben, maar goed het is nu eenmaal zo dus moeten we met een omweg (80km) via Nouadhibou vanavond. We hopen met deze omweg erbij het kamp nog in het licht te kunnen bereiken, omdat we inmiddels weten dat in het donker over de wegen in deze omgeving rijden echt geen pretje is. Daarnaast vertrouwen we onze auto niet meer 100% en hebben we geen zin in ons eentje ergens te stranden.
Als we maar eens gaan kijken hoe lang het nog gaat duren voor wij onze paspoorten terug krijgen zien we dat we verder naar achter in de rij verplaatst zijn. Waar er eerst zeker nog wel 20 teams na ons kwamen zijn dat er nu nog een stuk of 10. We snappen niet waarom dit zo is. Ongeduldig gaan we staan wachten in het halletje, maar dat schiet natuurlijk niet op. Na een tijdje gaan we staan wachten in het kamertje en zien we dat we weer verder naar achter zijn verplaatst. Lies lacht lief naar één van de mannen, die vraagt welke paspoorten van ons zijn, hij legt ze vooraan in de rij en we kunnen weg. Alsnog als één van de laatsten, terwijl we veel eerder aan de beurt hadden moeten zijn. Ach, niets aan te doen.
Je mag geen alcohol Mauritanië binnenvoeren dus we zetten nog snel een fles wijn (die wij ook maar gekregen hadden) naast de auto en rijden dan naar level 8: een agent die controleert of je alle benodigde stempels in je paspoort hebt. Hier worden kennelijk ook de alcoholcontroles gedaan, maar we merken er weinig van. We hadden een Heinekenfabriek achterin de auto kunnen hebben en ze zouden er nog niets van gezegd hebben. Jammer van die wijn, maar op naar Nouadhibou.
Mauritanië verwelkomt ons… we rijden Nouadhibou binnen; een stad van armoede; overal lopen beesten, overal ligt vuil. Als we willen beginnen aan onze zoektocht naar het hotel waar de papieren liggen zien we de Delica in tegengestelde richting rijden; ze gebaren ons heel druk dat we daar niet heen moeten. Aangezien zij veel eerder weg waren zullen zij het al wel gevonden hebben dus we maken een U-bochtje en rijden naar ze toe. Dan horen we dat de papieren verplaatst zijn naar het kamp van vanavond. Aaaaaaaaaaaargh!!!
Aangezien de Delica kampt met acceleratieproblemen en een heel smerig dieselfilter en wij met kapotte schokdempers en een stuurafwijking besluiten we samen naar Bou Lanoar te kruipen. Het is schemerdonker als we in de verte een eind van de weg af het kamp zien liggen (een grote groep lampen). We hebben alleen geen idee hoe we er moeten komen en zien ook op veel plekken een paar koplampen stilstaan; auto’s die vastzitten. Op het moment dat we besluiten dan maar hier onze eigen tenten op te zetten en even naar het kamp te lopen voor de papieren zien we een eind verderop we een auto wel heel gemakkelijk doorsteken. We rijden daar ook heen, en rijden zo heel easy tot dicht in de buurt van het kamp. Een aanloopje, wat zand en een paar hobbels later staan we eindelijk in het kamp. Overal om het kamp heen staan legertrucks met soldaten erbij; zij houden ons kamp vannacht in de gaten. Kennelijk is dat nodig en wij zijn dus blij dat we niet bij de weg zijn gaan kamperen.
We vragen de Delica-jongens of de verharde weg die we net gereden hebben echt zo hobbelig was; “no not at all”. Goed, er is dus echt iets mis met ons wiel, maar daar kunnen we zelf niet zo veel aan veranderen. We denken dat we misschien de stuurstang verbogen hebben toen we vanochtend vast zaten. We praten met Ross en Raoul over onze plannen om voornamelijk op de wegen te blijven vanaf nu en dat was precies ook hun plan. Voornamelijk, omdat zij nog heel veel spullen voor het goede doel hebben en we met de raceroute niet langs de “goede-doel-dorpen” zullen komen. Ok dan, morgen op naar Nouackchott (hoofdstad) en daarna onze eigen route bepalen met als eindpunt steeds één van de twee kampen. We eten aardappelpuree met hamburger en gebakken courgette en kruipen tegen 10en de auto in. Als we langs onze gordijntjes naar buiten kijken zien we in de verte nog vele auto’s in gevecht met het mulle zand; stiekem geeft het wel een keer een goed gevoel dat wij eens op tijd het kamp bereikt hebben.
Kilometers: 440km
Begin van de dag: half 5 opgestaan, 6.45 echt onderweg.
Eind van de dag: 19u in kamp, 22.30 in bed.
Aantal uren gereden: ong. 5
Slaapplek: kamp in Bou Lanoar (in de auto) (8u)
Reparaties: 0 (op weer wat waterflessen in het koelsysteem gooien na)
Aantal keer vastgezeten: 2 (modder bij “strand” en niemandsland)
dinsdag 10 februari 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten